Een gemeenschappelijk stadion in Antwerpen, is dat haalbaar?
royal_antwerpfc.jpg

Een gemeenschappelijk stadion in Antwerpen, is dat haalbaar?

17/05/2017 06:300 reacties428

Na de terugkeer van Royal Antwerp Football Club naar de Jupiler Pro League (1A) en die van KFCO Beerschot-Wilrijk naar de Proximus League (1B) werd het dossier 'gemeenschappelijk stadion' in Antwerpen nog maar eens van onder het stof gehaald. Er vloeide al ontzettend veel inkt over dit heikele thema, maar zelden of nooit wordt het bekeken vanuit sportmarketing-oogpunt.

Burgemeester Bart De Wever heeft nog maar eens de hand uitgereikt naar de traditieclub Antwerp en Beerschot-Wilrijk. De Wever wil maar al te graag rond de tafel zitten om te praten over een gemeenschappelijk stadion, het zogenaamde 'Stadion aan de Stroom’. De dialoog betekent een heropstart van een dossier dat al jarenlang aansleept in de 'koekenstad' en waarover het debat niet zelden de gemoederen beroert.

De locatie die het stadsbestuur in gedachten heeft, blijft ongewijzigd. Er is voldoende plaats ten zuiden van de Scheldekaaien, op Petroleum-Zuid, vlakbij de wijk Nieuw Zuid. Beide clubs reageren voorlopig nogal afwachtend. De stad moet eerst met een concreet dossier op de proppen komen alvorens de clubs een duidelijk standpunt kunnen innemen. Op het Kiel kijken ze momenteel een beetje de kat uit de boom. De focus ligt in eerste instantie op een verlengd verblijf in het Olympisch stadion en de investeringen die daarmee gepaard zullen gaan.

In Deurne-Noord stellen ze dan weer hun 'eigen' project voorop. Met de steun van bouwheer Paul Gheyssens van Ghelamco zijn de plannen voor een volledig nieuwe Tribune 1 op de Bosuil immers al rond. "Er wordt gekozen voor een gefaseerde en professionele aanpak", klinkt het bij rood-wit.

Stadio Giuseppe Meazza

Het moge duidelijk zijn dat beide clubs niet meteen staan te springen voor het idee 'gemeenschappelijk stadion' en vanuit de sportmarketingvisie is dat goed te begrijpen. Onlangs las ik in een opiniestuk echter volgende passage: "Een gemeenschappelijk voetbalstadion kán werken. Dat bewijzen ze al bijna 91 jaar in het Stadio Giuseppe Meazza, beter bekend als 'San Siro'. Inter en AC Milan vullen dat stadion elke week ongeveer voor de helft en bij de derby zitten er tachtigduizend heetgebakerde tifosi." Ik viel bijna van mijn stoel.

"Sinds de verhuizing naar het kleinere, moderne stadion pakte Juve al vijf (!) opeenvolgende titels"

Waarom zou Milaan immers een goed voorbeeld zijn dat zo’n gemeenschappelijk stadion 'werkt'? Inter en AC Milan vullen het stadion elke week ongeveer voor de helft. Dat klopt, maar dat is voor een sportmarketeer juist het perfecte bewijs dat het niét werkt. Milaan is momenteel een stad van vergane voetbalglorie. Op zondag 9 april zaten er tijdens de wedstrijd van AC Milan tegen Palermo (eindstand: 4-0) welgeteld 36.808 mensen in San Siro. In een stadion met een capaciteit van iets meer dan 80.000 plaatsen. Ik wil de vergelijking met Cercle Brugge in België niet maken, want dan wordt het pas echt schrijnend (lees: 3-4000 toeschouwers in een stadion met 30.000 zitjes).

Succesvol kan je zo’n situatie moeilijk noemen. Als gezonde voetbalclub moet je immers streven naar een gemiddelde bezettingsgraad van rond de 80%, met uitschieters van 90 tot 100% tegen de grote of rivaliserende clubs (derby). Van zodra die gemiddelde bezettingsgraad over de 90% gaat, zit je bijna tegen je plafond aan en dringt uitbreiding van de infrastructuur zich stilaan op. Op die manier ga ja als club op een gezonde manier vooruit. Niet door in een veel te groot stadion gemiddeld amper de helft van de zitjes te vullen.

Juventus

Zowel Inter als de beide Romeinse ploegen (die samen het Stadio Olimpico delen) hebben trouwens de laatste jaren te kennen gegeven dat ze willen verhuizen naar een eigen stadion. Naar het voorbeeld van Juventus, de enige club in Italië die zelf eigenaar is van zijn stadion. De Oude Dame verhuisde in 2011 van het veel te grote en 'sfeerloze' (zoals vele fans het beleefden) Stadio Delle Alpi naar het kleinere Juventus Stadium. Het gemiddelde aantal toeschouwers steeg door die verhuis met ongeveer 15.000 toeschouwers. Een wereld van verschil. Tegenwoordig speelt Juve thuis voor gemiddeld 38 à 39.000 toeschouwers, in een stadion met een capaciteit van iets meer dan 41.000 is dat quasi perfect. Het Juventus Stadium is trouwens zo gebouwd dat het probleemloos uitgebreid kan worden met 15.000 extra plaatsen als dat nodig is.

Toeval of niet: sinds de verhuis naar dat kleinere, moderne stadion pakte Juve al vijf (!) opeenvolgende titels. En een zesde opeenvolgende titel lijkt Dybala en co ook niet meer te kunnen ontglippen.

Wijkploegen

"De gewone sport- of voetbalfan verwacht anno 2017 moderne (voetbal)stadia, die echte belevingscentra zijn"

Opnieuw naar Antwerpen dan. Sporteconoom Trudo Dejonghe stelt dat er een samenwerking tussen de clubs en over de politieke grenzen heen nodig is om vaart te krijgen in dit dossier. "De clubs kunnen een groot voordeel doen door de schaalvoordelen, bv. op de grote bouwkosten en de personeelskost (qua onderhoud etc). Voor de overheid zou een gemeenschappelijk stadion dan weer een serieuze opsteker zijn wat betreft de kosten qua mobiliteit (openbaar vervoer), ontsluiting en veiligheid. Bovendien kan een gemeenschappelijk stadion ook politiek gedragen worden. Anders komt er een wafelijzerpolitiek naar voren die nergens toe leidt, want wat er aan de ene club gegeven wordt, moet ook aan de andere club gegeven worden. De clubs moeten eigenlijk een keuze maken tussen samen in een nieuw stadion of wachten op een rijke eigenaar. En zelfs dan nog, de overheid moet nog meewillen qua erfpachten, grondafstanden en ontsluiting."

"Maar één van de factoren die een gemeenschappelijk stadion in Antwerpen bemoeilijkt, is dat het beide wijkploegen zijn", vervolgt Dejonghe. "In Engeland heb je dat ook. Veel ploegen zijn daar gelinkt aan een wijk of aan een historisch lokaal gelegen fabriek, waardoor het veel moeilijker wordt om de achterbans te ‘verzoenen’ met elkaar. Zowel Antwerp als Beerschot-Wilrijk hebben een tamelijk grote historische achterban, maar ze moeten nu eerst hun eigen DNA van de club aanpassen aan dat van de moderne sportfan. Eens ze dit doen, kunnen ze pas echt stappen zetten."

Belevingscentra

En de gewone sport- of voetbalfan, wat verwacht die? Moderne (voetbal)stadia natuurlijk, die anno 2017 echte belevingscentra zijn. Met voorzieningen om te overnachten, te shoppen, te fitnessen, te eten/drinken, te werken (kantoren, vergaderruimtes) etc. Een tempel waar bij voorkeur ook andere massaevenementen, zoals grote concerten, plaats kunnen vinden. In Antwerpen zou het een zeer welgekomen alternatief zijn voor het Sportpaleis, maar als club ben je dan natuurlijk liefst zelf de eigenaar van het stadion om dit volledig te kunnen commercialiseren en exploiteren. Alleen zo word je er als club echt beter van.

Beide clubs hebben de (potentiële) achterban om (naar het voorbeeld van AA Gent) in een multifunctioneel nieuw stadion van 18 à 20.000 toeschouwers te spelen, zeker als ze in het huidige competitiemodel zouden meedoen voor Play-Off I. Een rijke eigenaar vinden die het stadion voor één van de twee clubs wil en kan bouwen, mét goedkeuring van de stad, is echter een aartsmoeilijke opdracht. Maar tot een compromis komen met alle partijen om in een gemeenschappelijk stadion te gaan spelen, lijkt nog veel moeilijker.

Hoe moet het dan verder? Stilstaan is achteruitgaan zou je denken, maar veel vooruitgang zal er op relatief korte termijn toch niet geboekt worden in zo’n gevoelig dossier. Een werk van lange adem dan maar?


Headerfoto: Twitter @MaselisJonas

Geplaatst in Beleid , Sportbusiness

Lieven Frans

Lieven Frans heeft een diploma journalistiek (specialisatie sportjournalistiek) behaald aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen en voltooide daarna het postgraduaat sport, economie en communicatie aan de Vrije Universiteit Brussel....
Naar profiel »

Reageren

Log-in om in het vervolg (nog) sneller te kunnen reageren.

Welke kleur heeft gras?